Voeding
Insekten vormen de basis van het phelsumadiëet. De meest gebruikte en gemakkelijkst te verkrijgen insekten zijn natuurlijk de huiskrekels. Deze worden in alle dierenspeciaalzaken verkocht en zijn gemakkelijk zelf te kweken. Een probleem wanneer men krekels aankoopt is echter dat zij zo goed als geen initiële nutritionele waarde hebben. Ze zijn als het ware een lege verpakking voor de phelsuma's. Daarom is het belangrijk de krekels te voorzien van voldoende voeding en nutriënten. Dit kan je doen door bvb stukjes fruit of groente ter beschikking te stellen aan je krekels of door een reeds bereid en geoptimaliseerd krekelvoer te kopen.
Afwissiling is zeer belangrijk om je dier een voldoende gevariëerde voeding te bezorgen. Anderzijds is het ook belangrijk om je dieren van voldoende beweging te voorzien. Krulvliegen zijn hiervoor ideaal. Het zijn vliegen die door een mutatie een krul in hun vleugels hebben waardoor ze niet meer instaat zijn te vliegen. Ze kunnen echter wel op glas en andere materialen bewegen en zijn ook redelijk snel waardoor je phelsuma moet werken om zijn maaltijd binnen te halen.
Ook hier is bepoedering en voldoende "gutloaden" zeer belangrijk. Dit kan je doen door een mengsel van honing en confituur te maken, dit in absorberend keukenrolpapier te dippen en dan in een frisdrankdopje te doen.
Een tweede soort vliegen zijn de fruitvliegjes (drosophilia). Deze zijn ook zeer makkelijk te kweken en zijn vooral nuttig voor pasgeboren dieren tijdens hun ontwikkeling. Ook kunnen ze als aanvullende voeding gegeven worden voor volwassen phelsuma's. Ook hier wordt weer vervetting tegengegaan omdat de dieren weer veel meer moeten werken voor hun maaltijd. Ze moeten al heel wat fruitvliegjes vangen om hun etenslust te stillen.
Naast de bekendste voedseldieren zoals krekels en vliegen zijn er nog andere, gemakkelijk te kweken, insecten die een belangrijke aanvulling kunnen betekenen voor het phelsumadieet. De erwtenluis en bonenkever vormen hier een goed voorbeeld van. Ze kunnen voornamelijk gebruikt worden bij de opkweek van jonge phelsuma's.
Andere ongewervelden zoals meelwormen, buffalowormen, wasmotlarven, ... zijn niet aan te raden. Ze worden meestal slecht verteerd door hun elastisch skelet en kunnen hierdoor obstipatie veroorzaken. Over het algemeen worden 2 maal per week enkele insekten aangeboden per dier.
Naast hun insektendiëet, zijn phelsuma's echte zoetbekken. Ze likken graag aan overrijp fruit en zoete nectar. Daarom dient bij de verzorging van phelsuma's wekelijks een papje aangeboden te worden.
Een commercieel phelsumapapje is beschikbaar nagenoeg in elke dierenspeciaalzaak. Je kan echter ook opteren om zelf een papje te maken. Meestal bestaat dit uit yoghurt, honing, babyvoeding, rosevicee of gewoon een mengsel van zoet geplet fruit zoals bananen. Dit papje wordt meestal 1 maal per week aangeboden gedurende enkele dagen.
Een ander zeer belangrijk punt is het bepoederen van je voedseldieren met vitaminepreparaten en extra calcium. Deze laatste kan je zowel verkrijgen als brokjes sepia, poeder of in vloeibare vorm, wat het mogelijk maakt om wekelijks calcium toe te voegen aan je sproeiwater. Een belangrijk voordeel om krekels als voedseldieren te gebruiken berust ook op het feit dat je ze in alle mogelijke maten en gewichten kan krijgen, gaande van zeer kleine (stofkrekels) tot zeer grote volwassen krekels. Afhankelijk van de leeftijd en soort van je phelsuma zal je dus voor kleine of grotere krekels gaan. Een praktische richtlijn is steeds dat je zeker niet groter mag nemen dan wat past in de bek van je dier. Een laatste belangrijk punt is de wekelijkse toevoeging van Vit D3 (cholecalciferol) aan je sproeiwater. De toevoeging van Vit D3 dient enkel te gebeuren wanneer je niet beschikt over voldoende UV-B belichting die je phelsuma's nodig hebben om Vit D3 zelf aan te maken. Deze vitamine is, net zoals bij de mens, belangrijk bij de opname van calcium in de botten en is dus uitermate belangrijk bij de groei en het behoud van een gezonde botstructuur. Wanneer er gedurende lange periodes een calcium/vit D3 defficiëntie plaatsvindt dan leidt dit uiteindelijk tot een ernstige botziekte, rachitis genaamd. Deze ziekte veroorzaakt onomkeerbare botafwijkingen. Wanneer voldoende UV-B ter beschikking wordt gesteld, is geen extra Vit D3 toevoeging nodig. Een teveel is namelijk ook schadelijk.
Huisvesting
In de natuur komen phelsuma's voor in de regenwouden van het eiland Madagaskar en de eilanden hierrond zoals de Mascarenen (Mauritius, La Réunion en Rodrigues), Comoren, Seychellen, Andaman eilanden en zelfs de Oostkust van Afrika (Zanzibar). Het zijn echte klimmers en worden dus vooral teruggevonden op hoge boomstammen, maar ook op rotsen en zelfs gebouwen. De ideale leefomgeving voor phelsuma's is een vivarium dat hoog is, echter voldoende breedte is ook nodig daar ze vooral boven in het vivarium zullen leven en dus ook daar voldoende leefruimte nodig hebben om zich optimaal te voelen. Voor de kleinere tot middelgrote soorten is een bak van 45x45x60 (lxbxh) voldoende voor een koppeltje. Voor de grotere soorten (vb Phelsuma grandis) heb je een een hoger vivarium nodig (80-90cm). Een achterwand is voor phelsuma's van ondergeschikt belang. Het zal enkel esthetische waarde hebben voor de houder. Phelsuma's lopen net zo graag op glas. Wanneer je toch graag een mooie achterwand hebt voor je vivarium is het zeer belangrijk om te kiezen voor een gladde achterwand, anders zal je diertje deze achterwand zoveel mogelijk proberen te mijden. Naast een achterwand van piepschuim kan je ook opteren voor een achterwand opgebouwd uit bamboe. Phelsuma's lopen héél graag op deze ondergrond. Je kan dan bvb opteren voor dunne bamboestokken van 2-3cm diameter en deze in 2 te klieven. Je kan dan de halve stokken naast elkaar kleven en zo een zeer mooie achterwand maken. Zorg ook steeds ervoor dat er geen voedseldieren tussen of achter je achterwand kunnen geraken! Wanneer je een phelsuma vivarium gaat inrichten moet je zoveel mogelijk rekening houden met de eisen die ze stellen om je dieren zo een goed en fijn mogelijk leven te geven. Bamboe is één van de elementen dat zeker niet mag ontbreken in je vivarium! Phelsuma's houden héél erg van zijn gladde ondergrond. In elk vivarium moet minstens één horizontale (cfr verlichting) en één grote dwarse bamboe aanwezig zijn. Het gebruik van bamboe heeft ook nog eens het voordeel dat het een materiaal is dat zeer goed warmte vasthoudt en dus ideaal is als opwarmplaats voor je phelsuma. Naast bamboe mag een sanseveria zeker niet ontbreken. Deze plant is zeer sterk, stelt weinig eisen qua verzorging en is ideaal als leg- en schuilplaats. Andere sterke planten en bloemen die goed tegen warmte kunnen, mogen ook steeds gebruikt worden. Het is zeer belangrijk je phelsuma's voldoende schuilplaatsen te geven daar het toch vrij schuchtere dieren zijn, zeker als het om een koppeltje gaat!
Een tweede belangrijk punt is de temperatuur en verlichting van je vivarium. In de natuur bedraagt het gemiddelde uren zon per dag zo'n 12 uur. Dit kan je zelf ook nabootsen door gebruik te maken van timers. Het best geef je 13 uren licht/dag tijdens de lente/zomer en laat je geleidelijk het uren zon dalen tot 10 uren in de winderperiode. Dit zorgt voor een stimulatie van de voortplanting gedurende de lente/zomer en een zeer belangrijke rustperiode tijdens de winter. De meeste phelsumasoorten hebben een dagtemperatuur boven in het vivarium nodig tussen de 25-30°C. 's Nachts mag de temperatuur 5-10°C dalen (18-23°C). Deze temperatuur kan je best op punt houden met een warmtelamp of halogeenspot (15W). Ideaal plaats je een 10tal cm onder deze warmtebron een horizontale bamboe. Dit doet dienst als opwarmplaats en heeft ideaal een temperatuur van 28-30 °C. Wanneer de temperatuur te hoog is gebruik je best een spot van een lager wattage. Phelsuma's zijn echte zonnekloppers en je zal ze daarom het merendeel van de tijd terugvinden op hun favoriet zonplekje. Naast een warmtebron hebben ze ook veel natuurlijk licht met voldoende UV-B nodig. Dit kan je bekomen door gebruik te maken van PL of TL-lampen met hoge CRI en lumens. Natuurlijk zonlicht heeft een CRI van 100. Artificiële lampen die zeer dicht in de buurt komen qua lichtsamenstelling hebben een CRI van 98 en hebben meestal een UV-B gehalte van 2%. Wanneer je wekelijks of tweewekelijks Vit D3 toevoegt aan je sproeiwater is 2% UV-B voldoende om rachitis te voorkomen. Algemeen is het zeer belangrijk om je verlichting buiten het terrarium te plaatsen. Dit voorkomt verbranding en beschadiging van de huid van je dier wanneer het toevallig tegen de lamp zou komen. Hun huid is namelijk heel gevoelig en broos en littekens verdwijnen nooit helemaal.
De bodembedekking van je vivarium is uitermate belangrijk voor het behouden van een juiste RV. Je kan kiezen uit tal van verschillende mogelijke bodembedekkers, gaande van zeer eenvoudige zoals wc-papier, reptibark, potgrond of turfaarde. WC-papier en reptibark bevorderen de RV niet en lijken mij voornamelijk enkel geschikt voor quarantaine vivaria waar je voornamelijk je reptiel in het oog wil houden en dus een ingewikkelde ondergrondsamenstelling niet van belang is. Potgrond houdt heel goed water vast, zorgt voor het behoud van de geschikte RV en is uitermate geschikt voor plantengroei. Echter het nadeel van potgrond is dat het vrij snel schimmelt! Turfaarde behoudt ook zeer goed de RV, schimmelt veel minder snel door de relatief hoge zuurtegraad, maar is dan weer minder geschikt voor de plantengroei. Persoonlijk opteer ik om gebruik te maken van een bodembedekking die bestaat uit verschillende lagen: (I) Hygrokorrels: zij zorgen voor het vasthouden van voldoende water, (II) mengsel van orchidee-, turf- en potaarde: dit zorgt voor het behouden van een hoge RV en voorkomt tevens het schimmelen van de ondergrond en bevordert de plantengroei en tot slot (III) platen mos: houden ook water vast wat weer de RV ten goede komt (foto).
Een laatste belangrijke parameter is de relatieve luchtvochtigheid (RV). Hiermee wordt het gehalte aan waterdruppeltjes bedoeld in de lucht. Voor de meeste phelsuma's is een RV tussen 50 en 85% nodig afhankelijk van de soort. s' Nachts is de RV 10-20% hoger dan overdag. De RV kan je best op peil houden door één à twee maal per dag te sproeien met water. Ook de aanwezigheid van echte planten en mos helpen de luchtvochtigheid langer op peil te houden. Bij het dagelijks sproeien met kraanwater zal je hoogst waarschijnlijk na enige tijd kalkaanslag krijgen op je ruiten. Dit is deels op te lossen door je water vooraf te koken of mineraalwater te gebruiken. Het beste is osmosewater, maar dit is echter vrij duur en niet echt rendabel bij kleinschaligheid van de hobby. Wanneer je toch gewoon kraanwater dient te gebruiken kan je bij het schoonmaken van de ramen een héél kleine hoeveelheid azijn (1mL / 10 L) in je schoonmaakwater doen. Dit zorgt voor het oplossen van de kalk. Echter hier nooit mee sproeien! De relatieve vochtigheid wordt gemeten met een hygrometer (foto). Ventilatie van verse lucht is enorm belangrijk voor je phelsuma's. Daarom gebruik je best een ventilatiestrook bovenaan je vivarium en 1 onderaan/vooraan.
Kweken
De voortplanting bij phelsuma's gebeurt geslachtelijk. Dit wil zeggen dat er dus zowel een man als vrouw aan te pas komt. Het geslachtsonderscheid tussen man en vrouw gebeurt via een aantal parameters. Eerst en vooral zijn er de femorale poriën die bij de man veel meer ontwikkeld zijn. Daarnaast beschikt de man ook nog over 2 zakjes, gelegen aan de staartwortel, waar de 2 hemipenissen zitten opgeborgen (Foto links: 1.0 Phelsuma cepediana/ Foto rechts: 0.1 Phelsuma cepediana). Dikwijls kan er ook onderscheid gemaakt worden door een aantal uiterlijke kleurkenmerken. Meestal zijn mannetjes veel mooier en feller getooid dan vrouwelijke specimen van dezelfde soort. Vrouwelijke phelsuma's hebben doorgaans een meer peervormig uiterlijk. Een laatste zeer belangrijk kenmerk van vrouwelijke phelsuma's zijn hun beter ontwikkelde endolymfatische kalkzakjes ter hoogte van hun wangen (Foto: 0.1 Phelsuma inexpectata). Deze zakjes dienen als opslag voor calcium dat ze later zullen nodig hebben wanneer ze zwanger zijn en eieren ontwikkelen. Soms kunnen kalkzakjes verstenen, maar dit zorgt voor niet al te veel hinder.
Wanneer men wil kweken is het best een koppeltje te huisvesten. Voor sommige soorten is het ook mogelijk om 1 man met meerdere vrouwen te huisvesten, echter een gouden regel is om nooit meerdere mannen samen te houden. Dit zal gegarandeerd aanleiding geven tot territoriale gevechten met bijtwonden, of zelfs de dood tot gevolg. Sommige phelsumasoorten hun kleuren kunnen veranderen bij paringsrituelen waarbij ze een prachtkleed verkrijgen (vb Phelsuma robertmertensi).
Wanneer het mannetje en vrouwtje beide geslachtsrijp zijn en wanneer de vrouw de avances van de man toelaat, zal er uiteindelijk een paring optreden. Hierbij zal de man het vrouwtje in de nek bijten om haar vast te houden en vervolgens zijn sperma bij het vrouwtje inbrengen via zijn hemipenissen. Het vrouwtje kan dit sperma gedurende enige tijd opslaan en kan met één enkele paring enkele legsels bevruchten (Foto's: 1.1 Phelsuma serraticauda).
Na de paring zal het vrouwtje gedurende de volgende maand eieren ontwikkelen en deze uiteindelijk leggen. Wanneer een zwanger vrouwtje tegen een ruit zit kan je gemakkelijk de eieren zien zitten. Na ongeveer een maand zullen de eieren gelegd worden en zal je opmerken dat je vrouwtje een platte buik heeft. Nu moet je opzoek gaan naar de eieren! Meestal worden de eieren per twee gelegd, al dan niet aan elkaar geplakt (Foto: dubbelei Phelsuma q. quadriocellata). Afhankelijk van de phelsumasoort worden de eieren geplakt aan gladde oppervlakten zoals bamboe, sanseveriabladeren, ... Wanneer de eieren zijn vastgeplakt, kan je ze best niet proberen van elkaar te halen want dit kan de eischaal beschadigen.
Wanneer je de eieren wil incuberen, zijn er twee opties. Enerzijds kan je opteren om ze in het oorspronkelijk vivarium te laten ontwikkelen. Dit is meestal aangewezen wanneer de eieren op zeer moeilijk bereikbare plaatsen zijn gelegd of vastgeplakt zijn. Hier kan je best dan een soort doosje maken met voldoende verluchting en ruimte dat je rond de eieren aanbrengt zodat wanneer de baby phelsuma'tjes worden geboren ze niet meteen voer zijn voor de ouders! Bijna alle soorten phelsuma's zijn kanibaal naar hun eigen jongen toe (Ph. Standingi zou hier een uitzondering zijn). Wanneer je de eitjes wil incuberen buiten het vivarium dan kan je opteren om een incubator te maken, waarbij je zorgt dat er voldoende ventilatie en warmte is (25-28°C). Ook de RV dient hier optimaal te zijn. Echter opgepast dat je de eieren niet nat maakt bij het sproeien (Foto: incubator (c) Lucky reptile)! Als substraat kan je vermiculiet of vogelgrit nemen. Het vermiculiet kan je vooraf nat maken om de RV voldoende hoog te houden (Foto: eieren op vermiculiet). Ook kan je er een schaaltje met water inzetten. Echter hier oppassen dat je net uitgekomen phelsuma'tjes hierin niet verdrinken! Krekelbakjes zijn ideaal voor het incuberen van de eitjes. Wanneer de incubatietijd versteken is, zullen de jongen, indien ze bij de juiste omstandigheden zijn geïncubeerd geweest, uitkomen. Het baby phelsuma'tje zal eerst via zijn eitand een snee maken in de eierschaal en de eidooier als eerste maaltijd verorberen. Dit alles kan een dag duren en kan je best rustig laten gebeuren (Foto: Phelsuma q. quadriocellata baby).
De vivariums van jonge phelsuma's moeten voldoen aan dezelfde eisen als deze van de volwassen exemplaren. Echter kan je als ondergrond voor iets makkelijkers opteren zoals vogelgrit, bark of wc-papier. Het moet vooral gemakkelijk schoon te maken zijn! Enkele bamboestokken met gaatjes erin en een sanseveria in pot zijn voldoende als klim- en schuilmogelijkheden. Tevens houdt de sanseveria ook weer de RV op peil (Foto: baby vivariums). Bij de verzorging en huisvesting van jonge phelsuma's moet je voornamelijk rekening houden met het feit dat deze diertjes echte houdini's zijn en via de kleinste spleetjes kunnen ontsnappen. Maak daarom alles zo eenvoudig mogelijk zodat je alles goed kan observeren! Bij de verzorging van jonge phelsuma's moet de frequentie van voederen opgedreven worden tot dagelijks enkele fruitvliegen, erwtenluisjes of springstaartjes (Foto: Phelsuma serraticauda - 1 dag oud). Het metabolisme van deze jonge diertjes is namelijk veel hoger dan bij de volwassen dieren. Ook stofkrekeltjes, bonenkevers of andere kleine insekten kunnen gevoerd worden. Je moet echter oppassen dat je geen te grote insekten voedt anders kunnen de jongen stikken. Voer ook nooit te veel insekten, want deze kunnen je diertje aanvallen of zelfs bang maken. Dagelijks moet ook hier gesproeid worden. Een drinkbakje is niet nodig en zelfs af te raden, want kleine phelsuma's kunnen gemakkelijk verdrinken. Het phelsumapapje of overrijp fruit mag een hele dag ter beschikking zijn. Jonge phelsuma's kan je meestal wel in groepjes houden van dezelfde soort. Soms is het beter om jongen van verschillende soorten bij elkaar te houden omdat die elkaar blijkbaar beter accepteren dan jongen van dezelfde soort. Een regel is om steeds jongen van ongeveer dezelfde grootte samen te houden. Over het algemeen wordt het samen opkweken van jongen pas aangeraden vanaf dat ze minimum 1 maand oud zijn.
Ziekten
Autotomie is het vermogen van een phelsuma om zijn staart, geheel of gedeeltelijk, af te werpen wanneer het bedreigd of vastgehouden wordt. Als de staart is afgeworpen, blijven de spieren en zenuwen nog enige tijd actief. De staart blijft kronkelen waardoor het roofdier wordt afgeleid en de phelsuma kan ontsnappen. Na een paar dagen begint de stomp dicht te groeien, waarna er gedurende enige weken een verkleinde staart gevormd wordt. Deze nieuwe staart heeft meestal een donkere kleur. Omdat de staart ook dient als vetopslag, krijgt het dier een deel van de vetbuffer terug door de aangroei van een stomp. In uitzonderlijke gevallen kan de staart ook in meerdere richtingen teruggroeien na autotomie waardoor een zeer eigenaardige staart wordt bekomen. Hiervoor dient geen reptielenarts geraadpleegd te worden en zal bij een gezond dier geen problemen veroorzaken.
Bloedmijt is een mijtsoort dat bij reptielen en andere dieren bloed drinkt. Een prik van een bloedmijt zorgt ervoor dat er een klein wondje ontstaat en dit gaat gigantisch jeuken. Meestal drinken ze rondom de oren, nek, voor- en achterpoten en bij mannetjes ter hoogte van de streek van de femorale porïen en hemipenissen. De bloedmijt is met het blote oog gemakkelijk te zien als rode bolletjes die dikwijls in kleine trossen voorkomen. Hiervoor dient een reptielenarts geraadpleegd te worden en zal het bestaande terrarium ontsmet moeten worden.
Vitamine A is een belangrijk vitamine dat mede zal instaan voor de goede vervelling van een phelsuma. Een slechte vervelling kan te wijten zijn aan vitamine A te kort. Echter een chronische overdosage aan vitamine A is enorm toxisch op langere termijn en kan aanleiding geven tot het vroegtijdig sterven van je huisdier. Daarom kan je beter, in plaats van synthetische vitamine A te supplementeren, beta-caroteen, dat bvb. in wortels zit, te geven aan je voedseldieren (krekels). Via deze voedseldieren zal de beta-caroteen, die een natuurlijke voorloper (ook wel provitamine A genoemd) is van vitamine A, opgenomen worden in het lichaam van de phelsuma en omgezet worden in vitamine A. Oversupplementatie van beta-caroteen bestaat niet, want het lichaam past automatisch de opnamesnelheid aan ter hoogte van de darmen, waardoor nooit een te hoge hoeveelheid vitamine A aangemaakt wordt. Bij een gebrek of overdosage van vitamine A steeds best een reptielenarts raadplegen!
Het vitamine B-complex bestaat uit zeer veel verschillende soorten vitaminen die allemaal meer of minder belangrijk zijn bij de motoriek en het zenuwstelsel van de phelsuma. Bij een ernstig te kort aan vitamine B's kan de phelsuma neurologische stoornissen vertonen! Bij een spoedige tussenkomst zijn deze effecten nog volledig omkeerbaar. Bij een ernstig gebrek van vitamine B's best steeds een reptielenarts raadplegen!
Vitamine D3 of cholecalciferol vormt samen met calcium de belangrijkste tandem bij botaanmaak. Een gebrek aan 1 of beide van deze elementen zal onontbeerlijk leiden tot de botstofwisselingsziekte rachitis. Hierbij worden de botten broos en week. Typische kenmerken voor rachitis zijn een klapbek (weke onderkaak), kronkelende staart, vervormde ledematen. Deze kenmerken zijn onomkeerbaar. Een voldoende concentratie aan vitamine d3 kan op 2 manieren bekomen worden, al dan niet in combinatie. Enerzijds kan gebruik gemaakt worden van UV-B lampen (2-5%) die zorgen voor de aanmaak van vitamine d3 in het lichaam vanuit primitief cholesterol. Anderzijds kan vitamine d3 oraal gesupplementeerd worden via bvb het sproeiwater. Echter ook hier geldt dat een overdosage ernstige gevolgen kan hebben! Uit onderzoek met reptielen blijkt dat vooral een gematigde combinatie van beide (een niet al te sterke UV-B lamp gecombineerd met wekelijks 1 sproeibeurt met vitamine d3) de meest gunstige resultaten geeft. Regelmatige supplementatie met calcium (-carbonaat, -lactaat of-gluconaat) zorgt voor voldoende toevoer. Bij zwangere vrouwen dient steeds een coladopje met calciumcarbonaat aanwezig te zijn! Bij een vermoeden van rachitis dient steeds zo snel mogelijk een reptielenarts geraadpleegd te worden!
Albinisme is een erfelijke afwijking waarbij er (nagenoeg) geen pigment geproduceerd wordt waardoor de huid een bleke kleur vertoont. Bij albinisme is meestal de iris ook rood gekleurd. Deze aandoening is erfelijk recessief overdraagbaar en twee individuen die het albinogen dragen (maar zelf geen albino zijn) zullen hoogstens 1 kans op 4 hebben om een albinojong ter wereld te brengen. Deze aandoening is uiterst zeldzaam, maar totaal ongevaarlijk voor het dier in gevangenschap. Echter wanneer zo'n dier in het wild zou geboren worden, zou de wet van de sterkste (cfr. Charles Darwin) zijn werk verrichten en dit niet-gecamoufleerd individu snel elimineren.
Flagelaten zijn inwendige parasieten die voor het blote oog niet te zien zijn. Een zware flagelaten infectie kan dodelijk zijn. Flagelaten tasten de darmwand aan en doordat deze vernietigd wordt, kan het dier geen voedsel meer verteren. De symtomen van flagelaten zijn, een verlies van eetlust, en een donkere losse ontlasting. Ook braken komt voor. Over het algemeen kan dit zich voordoen bij voornamelijk wildvang dieren. Het is dan ook wenselijk om dieren met een zeer mager uiterlijk niet te kopen! Bij vermoeden van flagelateninfestatie, steeds een reptielenarts raadplegen!
Klapstaart is een fenomeen dat zich voordoet bij het voortdurend ondersteboven hangen van een phelsuma waarbij ook de rug/staartspieren niet voldoende sterk zijn om de zware staart horizontaal te houden. Hierdoor gaat de staart enkele graden overhellen (tot zelfs 90-120°!). Een klapstaart is zeker niet (levens)bedreigend en heeft enkel een vervelend esthetisch aspect. Verder van het minder mooie uitzicht is er geen enkel probleem en voor deze "aandoening" moet dus geen reptielenarts gecontacteerd worden.