VOORTPLANTING
De voortplanting bij phelsuma's gebeurt geslachtelijk. Dit wil zeggen dat er dus zowel een man als vrouw aan te pas komt.
Kweken

Het geslachtsonderscheid tussen man en vrouw gebeurt via een aantal parameters. Eerst en vooral zijn er de femorale poriën die bij de man veel meer ontwikkeld zijn. Daarnaast beschikt de man ook nog over 2 zakjes, gelegen aan de staartwortel, waar de 2 hemipenissen zitten opgeborgen (Foto links: 1.0 Phelsuma cepediana/ Foto rechts: 0.1 Phelsuma cepediana). Dikwijls kan er ook onderscheid gemaakt worden door een aantal uiterlijke kleurkenmerken. Meestal zijn mannetjes veel mooier en feller getooid dan vrouwelijke specimen van dezelfde soort.
Vrouwelijke phelsuma's hebben doorgaans een meer peervormig uiterlijk. Een laatste zeer belangrijk kenmerk van vrouwelijke phelsuma's zijn hun beter ontwikkelde endolymfatische kalkzakjes ter hoogte van hun wangen (Foto: 0.1 Phelsuma inexpectata). Deze zakjes dienen als opslag voor calcium dat ze later zullen nodig hebben wanneer ze zwanger zijn en eieren ontwikkelen. Soms kunnen kalkzakjes verstenen, maar dit zorgt voor niet al te veel hinder.
Wanneer men wil kweken is het best een koppeltje te huisvesten. Voor sommige soorten is het ook mogelijk om 1 man met meerdere vrouwen te huisvesten, echter een gouden regel is om nooit meerdere mannen samen te houden. Dit zal gegarandeerd aanleiding geven tot territoriale gevechten met bijtwonden, of zelfs de dood tot gevolg. Sommige phelsumasoorten hun kleuren kunnen veranderen bij paringsrituelen waarbij ze een prachtkleed verkrijgen (vb Phelsuma robertmertensi).

Wanneer het mannetje en vrouwtje beide geslachtsrijp zijn en wanneer de vrouw de avances van de man toelaat, zal er uiteindelijk een paring optreden. Hierbij zal de man het vrouwtje in de nek bijten om haar vast te houden en vervolgens zijn sperma bij het vrouwtje inbrengen via zijn hemipenissen. Het vrouwtje kan dit sperma gedurende enige tijd opslaan en kan met één enkele paring enkele legsels bevruchten (Foto's: 1.1 Phelsuma serraticauda).
Na de paring zal het vrouwtje gedurende de volgende maand eieren ontwikkelen en deze uiteindelijk leggen. Wanneer een zwanger vrouwtje tegen een ruit zit kan je gemakkelijk de eieren zien zitten. Na ongeveer een maand zullen de eieren gelegd worden en zal je opmerken dat je vrouwtje een platte buik heeft. Nu moet je opzoek gaan naar de eieren! Meestal worden de eieren per twee gelegd, al dan niet aan elkaar geplakt (Foto: dubbelei Phelsuma q. quadriocellata). Afhankelijk van de phelsumasoort worden de eieren geplakt aan gladde oppervlakten zoals bamboe, sanseveriabladeren, ... Wanneer de eieren zijn vastgeplakt, kan je ze best niet proberen van elkaar te halen want dit kan de eischaal beschadigen.
Wanneer je de eieren wil incuberen, zijn er twee opties. Enerzijds kan je opteren om ze in het oorspronkelijk vivarium te laten ontwikkelen. Dit is meestal aangewezen wanneer de eieren op zeer moeilijk bereikbare plaatsen zijn gelegd of vastgeplakt zijn. Hier kan je best dan een soort doosje maken met voldoende verluchting en ruimte dat je rond de eieren aanbrengt zodat wanneer de baby phelsuma'tjes worden geboren ze niet meteen voer zijn voor de ouders! Bijna alle soorten phelsuma's zijn kanibaal naar hun eigen jongen toe (Ph. Standingi zou hier een uitzondering zijn). Wanneer je de eitjes wil incuberen buiten het vivarium dan kan je opteren om een incubator te maken, waarbij je zorgt dat er voldoende ventilatie en warmte is (25-28°C). Ook de RV dient hier optimaal te zijn. Echter opgepast dat je de eieren niet nat maakt bij het sproeien (Foto: incubator (c) Lucky reptile)!

Als substraat kan je vermiculiet of vogelgrit nemen. Het vermiculiet kan je vooraf nat maken om de RV voldoende hoog te houden (Foto: eieren op vermiculiet). Ook kan je er een schaaltje met water inzetten. Echter hier oppassen dat je net uitgekomen phelsuma'tjes hierin niet verdrinken! Krekelbakjes zijn ideaal voor het incuberen van de eitjes. Wanneer de incubatietijd versteken is, zullen de jongen, indien ze bij de juiste omstandigheden zijn geïncubeerd geweest, uitkomen. Het baby phelsuma'tje zal eerst via zijn eitand een snee maken in de eierschaal en de eidooier als eerste maaltijd verorberen. Dit alles kan een dag duren en kan je best rustig laten gebeuren (Foto: Phelsuma q. quadriocellata baby).
De vivariums van jonge phelsuma's moeten voldoen aan dezelfde eisen als deze van de volwassen exemplaren. Echter kan je als ondergrond voor iets makkelijkers opteren zoals vogelgrit, bark of wc-papier. Het moet vooral gemakkelijk schoon te maken zijn! Enkele bamboestokken met gaatjes erin en een sanseveria in pot zijn voldoende als klim- en schuilmogelijkheden. Tevens houdt de sanseveria ook weer de RV op peil (Foto: baby vivariums). Bij de verzorging en huisvesting van jonge phelsuma's moet je voornamelijk rekening houden met het feit dat deze diertjes echte houdini's zijn en via de kleinste spleetjes kunnen ontsnappen. Maak daarom alles zo eenvoudig mogelijk zodat je alles goed kan observeren!
Bij de verzorging van jonge phelsuma's moet de frequentie van voederen opgedreven worden tot dagelijks enkele fruitvliegen, erwtenluisjes of springstaartjes (Foto: Phelsuma serraticauda - 1 dag oud). Het metabolisme van deze jonge diertjes is namelijk veel hoger dan bij de volwassen dieren. Ook stofkrekeltjes, bonenkevers of andere kleine insekten kunnen gevoerd worden. Je moet echter oppassen dat je geen te grote insekten voedt anders kunnen de jongen stikken. Voer ook nooit te veel insekten, want deze kunnen je diertje aanvallen of zelfs bang maken. Dagelijks moet ook hier gesproeid worden. Een drinkbakje is niet nodig en zelfs af te raden, want kleine phelsuma's kunnen gemakkelijk verdrinken. Het phelsumapapje of overrijp fruit mag een hele dag ter beschikking zijn. Jonge phelsuma's kan je meestal wel in groepjes houden van dezelfde soort. Soms is het beter om jongen van verschillende soorten bij elkaar te houden omdat die elkaar blijkbaar beter accepteren dan jongen van dezelfde soort. Een regel is om steeds jongen van ongeveer dezelfde grootte samen te houden. Over het algemeen wordt het samen opkweken van jongen pas aangeraden vanaf dat ze minimum 1 maand oud zijn.